Tandenhumor

Een pagina vol tandgrappen, mopjes & citaten waar je van gaat glimlachen – of schaterlachen!

Tanden zijn serieus belangrijk… maar soms ook gewoon heel grappig!
Op deze pagina vind je de leukste tandmoppen, kindvriendelijke grapjes én filosofische of poëtische citaten over tanden, lachen en groot worden. Perfect voor in een wachtkamer, als originele tekst in een kaartje of gewoon voor een flinke dosis Tandenpret.


Kindermoppen met een bite

Wat is het verschil tussen een juf en een tandarts? 

De ene zegt 'Mondje dicht?!'. De ander zegt: 'Mondje open!'.

 

Waarom gaat een konijn altijd zo vroeg naar bed?

Hij hoeft maar twee tanden te poetsen.

 

Het heeft 2 ogen en 100 tanden. Rara, wat is het?

Een krokodil. 

 

Wat heeft dan 100 ogen en 2 tanden?

Een bus vol bejaarden.

 

Hoe herken je een vrolijke motorrijder?

Aan de vliegjes tussen z’n tanden.

 

Waarom zijn tanden zo trots?

Ze glimlachen altijd.

 

"Zo, Bertje, jij wilt zeker ook oogarts worden, net als je vader?

"Nee, meneer, ik wil tandarts worden."

"Tandarts? Waarom? Vind je oogarts geen mooi beroep?"

"Dat wel, meneer, maar een mens heeft maar 2 ogen en wel 32 tanden."

 

Pietje loopt naar de oude man die op een bank in het park zit.

'Opa, heb jij tanden?'

'Nee, mijn jongen, ik heb geen enkele tand meer.'

'Echt? Wil je dan mijn appel even vasthouden terwijl ik mijn veter vastmaak?'

 

'Klapperden uw tanden toen u koorts had?' vroeg de dokter aan de oude man.

'Dat weet ik niet, dokter. Ze zaten in een glas water dat op mijn nachtkastje stond.'

 

"Brr, dit is geen leven. Ik verlies al mijn haren", jammert de tandenborstel.

"En ik wordt elke dag magerder", zegt het stuk zeep.

"En ik dan? Ik heb altijd een lopende neus", zucht het kraantje

 

Annie is naar de tandarts geweest.

Als ze thuiskomt,vraagt haar moeder: "Deed het pijn?"

Annie zegt:"Ik geloof het wel."

De tandarts sprong in de lucht toen ik hem in zijn vinger beet..!

 

Wat krijg je als je een giraffe met een stekelvarken kruist?

Een ongelooflijke lange tandenborstel.

 

Oma zegt, op verongelijkte toon, tegen haar kleinzoon:

"Als ik gaap, houd ik altijd keurig netjes mijn hand voor de mond!"

Waarop haar kleinzoon antwoordt: "Dat hoef ik niet te doen. Mijn gebit zit wel vast."

 

Een oude dame wordt door een brandweerman uit haar brandende huis gehaald.

Boven op de ladder zegt de brandweerman: "Zo oma, nu even op de tanden bijten!"

"Nee toch!", zegt de oude dame, "Dan moeten we weer terug, want die liggen nog op mijn nachtkastje."

 

Er loopt een gek in het gekkenhuis met een tandenborstel aan een touwtje.

Er komt een dokter voorbij en zegt tegen de gek: "Zo meneer, even met je hondje aan het wandelen?"

Waarop de gek reageert: "Maar dokter, u kunt toch wel zien dat dit een tandenborstel aan een touwtje is en geen hondje."

De dokter loopt door en denkt bij zichzelf: "Die gek is al bijna genezen."

Als de dokter de hoek om is buigt de gek zich naar voren en zegt: "Die hebben we mooi beet gehad, he Bobbie."

 

John bezoekt zijn oma in het ziekenhuis en neemt Peter, zijn vriendje mee.

Terwijl John met zijn oma praat eet Peter de pinda's van haar nachtkastje allemaal op.

Als ze weggaan bedankt Peter John's oma vriendelijk voor de pinda's.

"Graag gedaan, hoor", zegt oma. "Sinds ik mijn gebit kwijt ben kan ik toch alleen de chocolade er maar van af zuigen".

 

Tandarts: Zo, dat is het grootste gat dat ik ooit gezien heb! Gezien heb!

Patiënt: U hoeft zichzelf niet te herhalen.

Tandarts: Dat deed ik niet, dat was de echo.

 

Wat heeft tanden, maar kan niet bijten?

Een kam.


Citaten met een glimlach

  • Oud: als jij en je tanden niet meer in dezelfde plaats slapen.

(Wiet van Broeckhoven: Belgisch politicus en mediapersoonlijkheid)

  • De mens kan slechts een bepaald aantal tanden, haren en ideeën hebben. Er komt noodzakelijkerwijze een tijd waarop hij zijn tanden, zijn haren en zijn ideeën verliest.

(Voltaire: Frans schrijver en filosoof) 1694-1778

  • Proberen om jezelf te definiëren is hetzelfde als proberen om op je eigen tanden te bijten.

(Alan Watts: Engels filosoof, priester en schrijver) 1915-1973

  • Van een mond die lacht, ziet men alle tanden.

(Victor Hugo: Frans schrijver) 1802-1885

  • De mens wordt geboren zonder tanden, zonder haar en zonder illusies, en hij sterft op dezelfde manier, zonder haar, zonder tanden en zonder illusies.

(Alexander Dumas Père: Frans schrijver) 1802-1870

  • Er zijn mensen die lachen om hun mooie tanden te tonen en die wenen om hun goede hart te laten zien.

(Joseph Roux: Frans priester, schrijver en dichter) 1834-1905

  • Ik ken mensen die het vast fijn zouden vinden met hun mond vol tanden te staan.

(Taco Kwee: Nederlands tandarts)

Ik ben zo oud als mijn handen
maar niet als mijn tanden

mijn neus en mijn oren
zijn gelijk geboren

 

(bron onbekend)


Spreekwoordelijke uitdrukkingen met tanden:

  • Met lange tanden eten - met tegenzin eten.
  • Iemand een tand trekken - iemand oplichten.
  • Tot de tanden toe bewapend - zwaar bewapend.
  • Zij is van de tand - ze is al oud
    • Met de mond vol tanden staan – niet weten wat te zeggen
    • Haar op de tanden hebben – goed van zich af kunnen spreken
    • Zij leven van de hand in de tand – wat zij verdienen, verteren zij iedere dag
    • Zijn tanden laten zien – tonen dat men zich kan verdedigen
    • Oog om oog, tand om tand – recht van wedervergelding
    • Met hand en tand zich verzetten – uit alle macht
    • Tot de tanden gewapend – in elk opzicht
    • De tand des tijds – aftakeling door de tijd
    • Iets de tanden uitrekken – de scherpte ontnemen
    • Iemand aan de tand voelen – zijn kennis of gedrag onderzoeken
    • Tandenknarsend – woedend
    • Lekkere tanden hebben – een lekkerbek zijn
    • Dat stop ik in mijn holle kies – dat is erg weinig
    • Iemand een kies uit trekken – iemand iets onaangenaams aandoen
    • Zijn kiezen op elkaar houden – niets zeggen, niets loslaten
    • Tanden op elkaar en doorbijten – doorzetten
    • Even de kiezen op elkaar - even flink zijn, doorzetten
    • Ergens je tanden inzetten - heel vasthoudend met iets bezig zijn
    • Een tandje bijzetten - nog harder ergens aan werken
    • Ik kan hem missen als kiespijn
    • Lachen als een boer met kiespijn
    • Het voor z’n kiezen krijgen – men krijgt het zwaar te verduren.
    • Die de minste tanden hebben, kauwen het meest – de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord.
    • Op zijn tandvlees lopen – Uitgeput zijn of er haveloos bijlopen
    • Ergens zijn tanden inzetten – Vasthoudend zijn, niet snel opgeven
    • Het bit op de tanden nemen – op hol slaan
    • Een gegeven paard kijk je niet in de bek – een geschenk mag je niet al te kieskeurig nemen
    • Wie slechte tanden heeft, heeft slecht geleefd – (in veel gevallen onterecht vooroordeel)

     

    • Iemand aan de tand voelen.
      Iemand ondervragen.
    • Iemand een tand trekken.
      Iemand oplichten.
    • Oog om oog, tand om tand.
      Wraak nemen. / Op gelijke manier terugslaan.
    • Met jonge tanden moet je het opeten.
      Geniet als je jong bent.
    • Zij is van de tand.
      Zij is al oud.
    • De tand des tijds.
      De zichtbare aftakeling.
    • Tegen de tand des tijds is niets bestand.
      Hoe groot en stevig ook, uiteindelijk vergaat alles.
    • Zijn tanden laten zien.
      Laten zien dat je je niet zomaar gewonnen geeft.
    • Met de mond vol tanden staan.
      Niet weten wat te zeggen.
    • Haar op de tanden hebben.
      Iemand die zich met woorden flink weet te verweren.
    • Een mens zonder handen is een hond zonder tanden.
      Een mens moet zijn handen kunnen gebruiken.
    • Het bit tussen de tanden nemen.
      Kwaad worden.
    • Het gebit op de tanden nemen.
      Hard weglopen.
    • Hij bijt zich op de tanden.
      Hij is heel erg boos, maar probeert zich te beheersen.
    • Ik zal je eens op je tanden laten bijten.
      Ik zal je geduld laten beoefenen.
    • Hij heeft zijn tanden er stomp op gebeten.
      Zijn moeite is tevergeefs geweest.
    • Iets op zijn tanden nemen.
      Iets tot het einde doorzetten.
    • Ergens zijn tanden in zetten.
      Zich ergens helemaal op concentreren.
    • Ergens niet veel over zijn tanden krijgen.
      Ergens niet veel te eten krijgen.
    • Dat is iets naar zijn tand.
      Iets naar zijn smaak of zin.
    • Als hij tanden in zijn gat had, beet hij zijn eigen hemd kapot.
      Hij is zeer kwaad.
    • Wie vet eet graaft zijn graf met zijn tanden.
      Wie veel vet voedsel eet, verkort zijn leven.
    • Tot de tanden gewapend zijn.
      Geheel gewapend.
    • Met lange tanden eten.
      Met tegenzin eten.
    • Zij verweren zich met hand en tand.
      Zij verdedigen zich fel.
    • Tussen hand en tand, wordt een ding wel te schand.
      Iets kan op het laatst nog fout gaan.
    • Van de hand in de tand leven.
      Het verdiende meteen weer uitgeven.
    • Staken de handen, zo staken de tanden. / Handen stil, tanden stil. / Lege handen, lege tanden.
      Zonder werk geen eten.
    • Een naarstige hand, een sparende tand, koopt anders land.
      Hard werken en sober leven leiden tot welstand.
    • Vlug met de hand, vlug met de tand. / Rap in de hand, rap in de tand. / Vlugge handen, vlugge tanden.
      Wie vlug werkt, eet ook vlug.
    • Slak ten tand, slak ter hand. / Lui met de tand is lui met de hand.
      Mensen die langzaam eten, werken ook langzaam.
    • Vrouwenhanden en paardetanden staan nooit stil.
      Een vrouw is altijd wel wat aan het doen in huis.
    • Dat is een lekkere tand.
      Hij houdt van lekker eten.
    • Iemand de suikertand trekken.
      Iemand het snoepen verbieden.
    • De vleestand uit moeten trekken.
      Voorlopig geen vlees meer krijgen, omdat de vastentijd begint of omdat het vlees te duur is.
    • Ieder mens heeft zijn wolfstand.
      Iedereen heeft zo zijn slechte eigenschappen.
    • Ik sta hier te klappertanden.
      Ik heb het ontzettend koud.
    • Hij loopt op zijn tandvlees.
      Hij heeft versleten schoenen aan. / Hij is erg arm.
    • De slagtanden zijn hem uitgebroken.
      Hij is zijn sterkste verdediging kwijt.
    • Hard gebakken en niet verbrand, dat is de bakker naar zijn tand.
      Lekker brood is gaar, maar niet verbrand.
    • Die de minste tanden hebben, kauwen het meest.
      De domsten hebben vaak de meeste praatjes.
    • Kerkengoed heeft ijzeren tanden.
      Wat de kerk eenmaal bezit, geeft ze niet meer uit handen.
    • Oude lieden moeten het met de tanden houden.
      Als je oud bent, moet je goed blijven eten.
    • Wie geen mes heeft, moet met de tanden kluiven.
      Men moet zich weten te behelpen.
    • Tandpijn / kiespijn is geen pijn, maar peper in je reet dat is pas heet.
      Verlangen naar de geliefde of naar verloren eer is erger dan pijn.
    • Dat kan ik in mijn holle kies stoppen.
      Dat is erg weinig.
    • Dan jeuken mij de kiezen niet meer.
      Dan ben ik al lang dood.
    • Dan doen de kiezen hem niet meer zeer.
      Tegen die tijd is hij allang overleden.
    • Iemand de kies trekken.
      Iemand geld afhandig maken.
    • Het voor zijn kiezen krijgen.
      Een flinke berisping krijgen.
    • Iets achter de kiezen steken.
      Iets eten.
    • Even de kiezen op elkaar.
      Even flink zijn / doorzetten.
    • Hij heeft de verstandskies nog niet.
      Hij is nog te jong om goed te kunnen oordelen.
    • We kunnen hem missen als kiespijn.
      We zijn blij als we van hem af zijn.
    • Hij lacht als een boer die kiespijn heeft.
      Hij lacht voor de vorm mee, maar vindt het niet echt leuk.
    • Dat is een lelijke kiezentrekker.
      Dat is een grote tegenvaller.
    • Hij heeft de muilband aan.
      Hij heeft wegens kiespijn een grote (rode) zakdoek om het hoofd.
    • De eethoek schoonmaken.
      Tanden poetsen.
    • De smoel(en)smid.
      De tandarts.
    • Mijn molen maalt niet meer.
      Ik kan niet meer goed bijten, mijn gebit is slecht.
    • Zijn mond is een afgebrand dorp.
      Zijn gebit heeft veel afgebroken tanden
    • liggen de handen dan liggen de tanden - wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
    • met de mond vol tanden staan - niet weten wat je moet zeggen / ergens versteld van staan)
    • met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
    • rap met de tanden, is rap met de handen - wie snel kan eten, kan snel werken.)
    • vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil - een vrouw is altijd wel wat aan het doen)

    Bronnen: 

    • www.voedingonline.nl
    • www.woorden.org
    • Apeldoorn C.G.L. & Riet R. van (2003).Spreekwoorden verklaard / Nederlands. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht.
    • Laan K. ter & Heidt A.M. (2004). Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht.
    • Mesters G.A. (2002). Spreekwoorden Nederlands. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht.
    • Van Dale (2000). Van Dale spreekwoordenboek. Van Dale, Utrecht.
    • Walters N. (2004). Het grote spreekwoordenboek. Rebo Productions, Lisse.